Shell

Risico's zijn er om beheerst te worden

Fabrieksinstallaties zoals die van Shell in Pernis en Moerdijk dragen het risico in zich dat een incident mogelijk ernstige gevolgen oplevert voor omgeving of medewerkers. Er wordt alles aan gedaan om de kans op ongevallen zo klein mogelijk te houden. Bijvoorbeeld het uitvoeren van een scala van veiligheidsstudies.

Eén van de vele taken van veiligheids- en milieuadviseur Carla Westerbroek van Shell Nederland Chemie is het uitvoeren van die veiligheidsstudies. In haar werk heeft ze veelvuldig contact met de betrokken (overheids)organisaties. "Dat werkt alleen maar als ik intern kan bogen op ervaring en kennis."
Westerbroeks werk is tweeledig: veiligheid en geluid. Bij 'geluid' gaat het voor haar feitelijk alleen om het bij SNC implementeren van nieuwe (wettelijke) regels. Rond veiligheid ligt de situatie volkomen anders. De adviseur heeft daar onder meer te maken met de wettelijke verplichting een veiligheidsrapport op te stellen, in het kader van het landelijk Besluit Risico Zware Ongevallen (BRZO). Maar eveneens is zij als SNC-focal point nauw betrokken bij het binnen Shell voorgeschreven 'HEMP-LOPA'. Wat staat voor Hazard and Effect Management Process - Layer Of Protection Analysis, een proces om gevaren en gevolgen daarvan te inventariseren, zodat maatregelen tot beheersing van die risico's kunnen worden getroffen. Trots zegt zij dat 'HEMP-LOPA' zo goed uit de bus is gekomen, dat de Downstream-organisatie het proces heeft geadopteerd.

Goochelen Westerbroek: "We verrichten dus veiligheidsstudies voor twee partijen, maar die proberen we te integreren". In 2006 zijn rond dit thema diverse veranderingen en aanpassingen opgetreden. "Het BRZO, uit 1999, beschrijft redelijk cryptisch wat we in een veiligheidsrapport moeten opnemen", legt Westerbroek uit die er niet aan ontkomt om met allerlei afkortingen te goochelen. "Vroeger hadden we daarvoor het zogeheten RIB, Rapport Informatie-eisen Besluit Risico Zware Ongevallen. Uit een evaluatie-enquête in 2002 bleek echter veel mis met de implementatie door de overheid van het BRZO. Toen is het BeterZo-traject opgezet, met een aantal verbeterstappen waarvan er een bestond uit verbetering van het RIB. Samen met de overheid startten we in 2005 met de omzetting naar een nieuw format, de zogeheten Procedure Gevaarlijke Stoffen (PGS). In 2006 is dat project afgerond. Als vertegenwoordiger van Shell heb ik deelgenomen aan de BeterZo-werkgroep die de PGS voor onze activiteiten ontwikkelde, PGS-6. Heel veel overleg met de overheid en andere instanties, maar de betrokken bedrijven hebben nu een betere richtlijn voor het opzetten van veiligheidsrapporten." Lachend voegt de adviseur eraan toe, dat het nu net lijkt dat zij alleen maar buiten de poort van Moerdijk actief is: "Het tegendeel is waar; ik denk dat mijn externe rol slechts zo'n tien procent van het werk uitmaakt."

Risicocontour Een andere werkgroep waaraan Westerbroek in 2006 deelnam richtte zich op een specifiek aspect van de veiligheidsrapportages: de kwantitatieve risicoanalyses (QRA's). "Op basis van QRA's bepaal je de zogeheten 10-6 risicocontour. Een contour rond de installaties geeft aan dat er een kans is van één op de miljoen dat iemand die zich permanent op die lijn bevindt, overlijdt ten gevolge van een incident in die installaties. Het berekenen van de contour is een complexe operatie waarbij je alle denkbare scenario's doorloopt waarbij iets fout zou kunnen gaan. We hebben hierbij te maken met het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen, het BEVI. Daarin is vastgelegd dat zich binnen de contour geen kwetsbare bestemmingen, bijvoorbeeld woningen, mogen bevinden. De gebruikte methodiek voor het maken van QRA's bleek echter na het in werking zetten van het BEVI niet uniform. Daarom werd al in 2003 een werkgroep opgericht om ook hier te komen tot meer eenduidigheid. Dat heeft veel voeten in de aarde gehad, maar in 2006 koos de overheid eindelijk een nieuw rekenprogramma, 'Safeti NL'. Met het ministerie van VROM, het RIVM, de brandweer en enkele bedrijven werken we nu aan het verifiëren van de laatste inputgegevens. Daarna beschikken we over een eenduidige rekenmethode. Zodat voor iedereen duidelijk is waar de risicocontouren liggen", aldus Westerbroek.

DeliverMini-Ferrari

Ze gingen inderdaad hard. De snelheid waarmee de rode mini-Ferrari's tegen een V-Power-tankbeurt en 1 euro over de toonbank gingen, was boven elke verwachting. Op de Shell-stations waren ze niet aan te slepen. Aan het eind van de actie waren 800.000 autootjes verkocht.
Het thema 'Ze Gaan Hard' sloeg vooral op het feit dat de opwindbare autootjes zelf rijden en steeds harder gaan.

Om de video te kunnen bekijken heeft u de Adobe Flash-plugin nodig. Download de Flash-plugin.